fraude
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- frau·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fraude | fraudes |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- (juridisch) bedrog, gesjoemel (door valsheid in geschrifte)
- Britse bank kreeg boete van Britse en Amerikaanse toezichthouders voor fraude met Libor-rente
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. Bedrog
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Frans
Zelfstandig naamwoord
fraude v
- fraude; bedrog, gesjoemel
Spaans
Zelfstandig naamwoord
fraude m
- fraude; bedrog, gesjoemel