framboos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een stapel frambozen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fram·boos
enkelvoud meervoud
naamwoord framboos frambozen
verkleinwoord framboosje framboosjes

Zelfstandig naamwoord

framboos v/m

  1. (plantkunde) Rubus idaeus Wikispecies-logo-en.png, struik uit de familie der Rosaceeën
  2. (fruit) vrucht van de frambozenstruik
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • fram·boos

Zelfstandig naamwoord

framboos

  1. (plantkunde) framboos
  2. (fruit) framboos
Schrijfwijzen
  • Arabische transcriptie: فْرَمْبُوَسْ.