fractie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- frac·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fractie | fracties |
| verkleinwoord | fractietje | fractietjes |
Zelfstandig naamwoord
fractie (< Fr.- Lat.), vr.
- breuk, deel van een geheel; - klein deel
- de gezamenlijke vertegenwoordigers v.e. partij i.d. volksvertegenwoordiging; - zich afzonderend deel v.e. politieke partij
- elk der verdampingsstadia v.e. mengsel v. stoffen met verschillend kookpunt