fouilleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fouil·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fouilleren
fouilleerde
gefouilleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fouilleren

  1. (overgankelijk) iemand aftasten of er iets op het lijf gedragen wordt
    Ze sloegen hem in de handboeien en fouilleerden hem.
Vertalingen

Meer informatie