fouilleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fouil·le·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| fouilleren |
fouilleerde |
gefouilleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
fouilleren
- (overgankelijk) iemand aftasten of er iets op het lijf gedragen wordt
- Ze sloegen hem in de handboeien en fouilleerden hem.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.