fossiel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fos·siel
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse fossilis (opgegraven, uitgegraven)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fossiel | fossielen |
| verkleinwoord | fossieltje | fossieltjes |
Zelfstandig naamwoord
fossiel o
- (geologie) overblijfsel of afdruk in gesteenten van levensvormen uit het verleden
- iemand met erg ouderwetse, verstarde opvattingen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | fossiel |
| verbogen | fossiele |
Bijvoeglijk naamwoord
fossiel
- (geologie) tot fossiel geworden
- Aardgas is een fossiele brandstof.
- Er werden fossiele resten van mammoeten gevonden.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.