fossiel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fos·siel
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse fossilis (opgegraven, uitgegraven)
enkelvoud meervoud
naamwoord fossiel fossielen
verkleinwoord fossieltje fossieltjes

Zelfstandig naamwoord

fossiel o

  1. (geologie) overblijfsel of afdruk in gesteenten van levensvormen uit het verleden
  2. iemand met erg ouderwetse, verstarde opvattingen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen
stellend
onverbogen fossiel
verbogen fossiele

Bijvoeglijk naamwoord

fossiel

  1. (geologie) tot fossiel geworden
    Aardgas is een fossiele brandstof.
    Er werden fossiele resten van mammoeten gevonden.
Vertalingen

Meer informatie