fortuin
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- for·tuin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fortuin | fortuinen |
| verkleinwoord | fortuintje | fortuintjes |
Zelfstandig naamwoord
fortuin o
- het goede geluk
- Hij besloot zijn fortuin te zoeken in een casino, maar die droom was van korte duur.
- een grote hoeveelheid geld
- Ze hebben er fortuinen aan verspild.