formuleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- for·mu·le·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| formuleren |
formuleerde |
geformuleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
formuleren
- (overgankelijk) in woorden omzetten
- Hij had moeite om zijn gevoelens te formuleren.