flux

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flux
enkelvoud meervoud
naamwoord flux -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

flux m

  1. (elektronica) een zout of hars met een laag smeltpunt dat gebruikt wordt om oxidatie tijdens het solderen te verhinderen
    Mijn flux is op; ik moet nieuwe halen.
  2. (natuurkunde) de dichtheid van een stroom of vectorveld
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen