fluiten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- flui·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| fluiten |
floot |
gefloten |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
fluiten
- een fluit bespelen
- De man kon erg goed fluiten en bracht het publiek in vervoering.
- geluid van een fluit voortbrengen
- Mijn collega liep de hele tijd te fluiten, zo vrolijk was hij.
- met een fluit een signaal geven
- De agent moest fluiten om het verkeer tot stoppen te dwingen.
- als scheidsrechter optreden
- Moet jij zaterdag nog fluiten?
- (dierengeluid) een geluid voortbrengen zoals zekere zangvogels
- In de boom floot een putter als of het een lieve lust was.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een fluit bespelen
2. geluid van een fluit voortbrengen
Zelfstandig naamwoord
fluiten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord fluit