fluisteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fluis·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fluisteren
fluisterde
gefluisterd
zwak -d volledig

Werkwoord

fluisteren

  1. (inergatief) spreken met gedempte stem
    Zij fluisterden om de kinderen niet wakker te maken.
  2. (overgankelijk) iets met gedempte stem zeggen
    Het antwoord werd in zijn oor gefluisterd.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen