fluisteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: fluisteren (hulp, bestand)
Woordafbreking
- fluis·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| fluisteren |
fluisterde |
gefluisterd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
fluisteren
- (inergatief) spreken met gedempte stem
- Zij fluisterden om de kinderen niet wakker te maken.
- (overgankelijk) iets met gedempte stem zeggen
- Het antwoord werd in zijn oor gefluisterd.