flashmob
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- flash·mob
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Engelse flash mob
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | flashmob | flashmobs |
| verkleinwoord | flashmobje | flashmobjes |
Zelfstandig naamwoord
- een (grote) groep mensen die plotseling op een openbare plek samenkomt, iets ongebruikelijks doet en daarna weer snel uiteenvalt.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.