flappen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- flap·pen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| flappen |
flapte |
geflapt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
flappen
- met een ruk gooien, smijten
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Zelfstandig naamwoord
flappen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord flap