flap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- flap
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | flap | flaps |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
flap m
- beweegbare klep aan een vliegtuigvleugel, bij het landen uitgeklapt om het draagvlak te vergroten
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | flap | flappen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
flap m
- naar binnen omgeslagen deel van een losse boekomslag, (de achterflap en de voorflap)
- op de flap stond een kort stukje over de auteur
- flap bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
- (informeel) bankbiljet
- omgeslagen stuk van een lap textiel
- (medisch) omgeslagen stuk van een lap vlees of weefsel
- gebak zoals b.v. appelflap
- groot vel papier aan een bord
- klep om iets af te sluiten
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
- [2] flappentap
- flapper, flapperen
Verwijzingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| flappen |
flap
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flappen
- Ik flap.
- gebiedende wijs van flappen
- Flap!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flappen
- Flap je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.