fladderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flad·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fladderen
fladderde
gefladderd
zwak -d volledig

Werkwoord

fladderen

  1. (inergatief) (medisch) flutter, vorm van hartritme, waarbij de boezems of kamers zich zeer snel ritmisch samentrekken
  2. (inergatief) onhandig heen en weer vliegen met veel vleugelgeklap
  3. (ergatief) onhandig met veel vleugelgeklap zich ergens heen begeven
    De jonge vogel was naar het water gefladderd en er bijna ingevallen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen