fjor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • fjor
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Oudnoorse woord fjorð.

Zelfstandig naamwoord

fjor (alleen met i)

  1. vorig, afgelopen
    «Dette er den høyeste prisen siden i fjor vår.»
    Dit is de hoogste prijs sinds vorig voorjaar.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   fjor     -     -     -  
genitief   -     -     -     -  
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

snøen som falt i fjor

  • Een gesloten boek.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • fjor
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Oudnoorse woord fjorð.

Zelfstandig naamwoord

fjor (alleen met i)

  1. vorig, afgelopen
    «I fjor sommar hadde vi mykje skiftande ver, med ein heil del regn.»
    In de afgelopene zomer hadden we een onbestendig weer, met een hele deel regen.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   fjor     -     -     -  
genitief   -     -     -     -  
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

snøen som fall i fjor

  • Een gesloten boek.