financieren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fi·nan·cie·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| financieren |
financierde |
gefinancierd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
financieren
- (overgankelijk) voorzien van de benodigde geldmiddelen
- Dat werd gefinancierd uit de opbrengst van de verkoop van het huis.