fiks

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fiks
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse fixus "vast", mogelijk via het Franse fixe hiervan afgeleid
stellend
onverbogen fiks
verbogen fikse

Bijvoeglijk naamwoord

fiks

  1. groot, krachtig
    Na wat onderhandelen heb ik een fikse korting bedongen.
    Zijn zelfvertrouwen heeft een fikse knauw gekregen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen