faxen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- faxen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| faxen |
faxte |
gefaxt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
faxen
- versturen per fax
- Hij heeft de factuur naar de klant gefaxt.
Verwante begrippen
Zelfstandig naamwoord
faxen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord fax