favoriet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fa·vo·riet
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | favoriet |
| verbogen | favoriete |
Bijvoeglijk naamwoord
favoriet
- het meest in de gunst liggend
- Zijn favoriete bezigheid is muziek maken.
- geacht de winnaar te zullen worden
- De favoriete schaatser ging onderuit en zag zijn kansen op het wereldkampioenschap daarmee in rook opgaan.