fatsoenlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fat·soen·lijk
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fatsoenlijk fatsoenlijker fatsoenlijkst
verbogen fatsoenlijke fatsoenlijkere fatsoenlijkste
partitief fatsoenlijks fatsoenlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

fatsoenlijk

  1. degelijk.
    De grasmaaier was een fatsoenlijk apparaat.
  2. op een nette manier zonder te morsen en te smakken
    Hij kan niet eens fatsoenlijk eten.
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen