father

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Father

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·ther
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse woord "fader", dat van het Latijnse zelfstandige naamwoord pader komt.
enkelvoud meervoud
father fathers

Zelfstandig naamwoord

father

  1. (familie) vader
  2. (religie) pater, pastoor
  3. oprichter, stichter
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [1]: to become a father
vader worden
vervoeging
onbepaalde wijs to father
he/she/it fathers
verleden tijd fathered
voltooid
deelwoord
fathered
onvoltooid
deelwoord
fathering
gebiedende wijs father

Werkwoord

father

  1. (overgankelijk) een kind verwekken
    «He fathered a child with her.»
    Hij verwekte een kind bij haar.
  2. (overgankelijk) vader noemen
  3. (onovergankelijk) vader zijn
  4. (overgankelijk), (figuurlijk) constitueren, oorsprong zijn van
  5. (overgankelijk), (figuurlijk) inaugureren