fataal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·taal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fataal fataler fataalst
verbogen fatale fatalere fataalste

Bijvoeglijk naamwoord

fataal

  1. leidend tot een ongelukkig lot, het einde, de dood
    Een jaar vertraging is vaak fataal voor de ontwikkeling van een leerling.
    In zijn afscheidsrede vertelde de oud-wethouder dat de afrekencultuur hem fataal is geworden.
  2. dood veroorzakend, waarbij doden zijn gevallen
    De politie is een onderzoek gestart naar de toedracht van het fatale ongeluk.
    Ongevallen met vrachtwagens zijn ernstig van aard en hebben vaker een fatale afloop.
  3. (juridisch) fatale termijn: een termijn waarbinnen iets dient plaats te vinden, erna is het niet meer mogelijk
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl