faillissement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fail·lis·se·ment
Woordherkomst en -opbouw
  • In het Nederlands gevormd van het Franse faillir (falen, failliet gaan) of faillite (failliet) met het achtervoegsel -ment (dat in het Nederlands als bastaardmorfeem gebruikt wordt).
enkelvoud meervoud
naamwoord faillissement faillissementen
verkleinwoord faillissementje faillissementjes

Zelfstandig naamwoord

faillissement o

  1. (juridisch) de toestand van iemand die, blijkens rechterlijk onderzoek, niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen
    Door het faillissement van de behanger kon zijn huis niet op tijd afgewerkt worden.
  2. (juridisch) een in de wet geregelde procedure voor een persoon of onderneming die niet (meer) in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen
    Toen de crisis toegeslagen had bij de luchtvaartmaatschappij, was het faillissement onvermijdelijk geworden.
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • in staat van faillissement
    • niet in staat om te blijven betalen en verstoken van enig krediet
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen