exploreren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| exploreren | explorerend |
| exploratie | geëxploreerd |
Uitspraak
Woordafbreking
- ex·plo·re·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| exploreren |
exploreerde |
geëxploreerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
exploreren
- (overgankelijk) een onbekend gebied verkennen
- De bodem van die zee is nog niet goed geëxploreerd wat betreft de mogelijke olie- en gasvoorraden.