exemplaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- exem·plaar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | exemplaar | exemplaren |
| verkleinwoord | exemplaartje | exemplaartjes |
Zelfstandig naamwoord
exemplaar o
- een individueel voorbeeld ergens van.
- Ik heb nog maar twee exemplaren van deze zeldzame munt gezien.
Vertalingen
1. een individueel voorbeeld ergens van