exciteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·ci·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
exciteren
exciteerde
geëxciteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

exciteren

  1. (overgankelijk) (natuurkunde) in een aangeslagen toestand, een van hogere energie brengen
    In een kleurstof zijn bepaalde fotonen in het zichtbare gebied in staat elektronen in bepaalde moleculaire orbitalen te exciteren.
Afgeleide begrippen