examineren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- exa·mi·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van het Franse examiner (met het achtervoegsel -eren) [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| examineren |
examineerde |
geëxamineerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
examineren
- (overgankelijk) aan een examen onderwerpen
- De leerlingen werden in de sporthal geëxamineerd.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.aan een examen onderwerpen