euvel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eu·vel
enkelvoud meervoud
naamwoord euvel (euvels)
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

euvel o

  1. mankement, storing
    De auto wilde eerst niet starten maar het euvel was snel verholpen.
  2. een slechte zaak
    Verslaving aan medicijnen is een ernstig euvel.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen