etalage
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- eta·la·ge
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | etalage | etalages |
| verkleinwoord | etalagetje | etalagetjes |
Zelfstandig naamwoord
etalage v
- (bouwkunde) een met glazen ramen uitgevoerde ruimte aan de straatkant van een winkel waarin koopwaren uitgestald worden
- Hij is bezig de etalage opnieuw in te richten.