escort

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • es·cort
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord escort escorts
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

escort v / m

  1. (beroep) persoon die gezelschap en/of begeleiding (vaak met seksuele handelingen) tegen betaling levert.
  2. dienst die voornoemde personen levert
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl



Engels

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

enkelvoud meervoud
escort escorts

Zelfstandig naamwoord

escort

  1. (beroep) begeleider
    «He served as an escort
    Hij deed dienst als een begeleider.
  2. begeleiding
    «With an escort of six armed guards he was taken away.»
    Onder begeleiding van zes gewapende bewakers werd hij weggebracht.


vervoeging
onbepaalde wijs to escort
he/she/it escorts
verleden tijd escorted
voltooid
deelwoord
escorted
onvoltooid
deelwoord
escorting
gebiedende wijs escort

Werkwoord

escort

  1. begeleiden
    «We escorted him to his cell.»
    We brachten hem naar zijn cel.