ervaring
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- er·va·ring
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van ervaren met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ervaring | ervaringen |
| verkleinwoord | ervarinkje | ervaringkjes |
Zelfstandig naamwoord
ervaring v
- een vorm van kennis; iets door ondervinding geleerd hebben
- kennis hebben van de gebruikelijke gang van zaken
- een reflectie uit observatie en betrokkenheid bij bepaalde processen of toestanden
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- ervaring opdoen
Vertalingen
1. een vorm van kennis
|
|
ervaring opdoen
|