erfstuk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • erf·stuk
enkelvoud meervoud
naamwoord erfstuk erfstukken
verkleinwoord erfstukje erfstukjes

Zelfstandig naamwoord

erfstuk o

  1. een veelal kostbaar goed van van generatie op generatie door vererving overgegeven wordt
    Dat is nog een erfstuk van mijn overgrootvader.
Vertalingen



Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord erfstuk erfstukke

Zelfstandig naamwoord

erfstuk

  1. erfstuk