erfenis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- er·fe·nis
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van erven met het achtervoegsel -nis.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | erfenis | erfenissen |
| verkleinwoord | erfenisje | erfenisjes |
Zelfstandig naamwoord
erfenis v
- het bezit van een overledene zoals dat aan zijn gerechtigde nabestaanden overgedragen wordt
- De erfenis was niet erg groot.
- overdrachtelijk: datgene waarmee men uit de voorgeschiedenis geconfronteerd wordt
- Zuid-Afrika zal nog lang met de erfenis van de apartheid te maken hebben.