eren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| eren | erend |
| eer | geëerd |
| - | eerzaam |
| - | eerlijk |
Uitspraak
Woordafbreking
- eren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| eren |
eerde |
geëerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
eren
- (overgankelijk) iemands prijzenswaardigheid in het daglicht stellen
- Zij eerden hem met een langdurend applaus.
Vertalingen
1. iemands prijzenswaardigheid in het daglicht stellen
Bretons
Werkwoord
eren