elkaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

nominatief genitief
elkaar elkaars
Uitspraak
Woordafbreking
  • el·kaar

Wederkerig voornaamwoord

elkaar

  1. drukt uit dat van twee of meer personen ieder op zijn eigen manier tegenover de ander handelt
    Zij waren echt aan elkaar gewaagd.
  2. drukt een onderlinge relatie, aansluiting of een snelle opeenvolging uit (met voorzetsel)
    Zij hebben een uur achter elkaar lopen praten.
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[2] In elkaar lassen.

Vertalingen