eiwit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ei·wit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eiwit | eiwitten |
| verkleinwoord | eiwitje | eiwitjes |
Zelfstandig naamwoord
eiwit o
- (voeding), (anatomie) het deel van een ei waarin de dooier ligt
- (scheikunde) een tot een klasse van polymere stoffen met een hoog moleculair gewicht behorende stof die samengesteld is uit diverse alfa-aminozuren verbonden door peptidebindingen
Synoniemen
- [2] proteïne
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het deel van een ei waarin de dooier ligt
2. een tot een klasse van polymere stoffen met een hoog moleculair gewicht behorende stof die samengesteld is uit diverse alfa-aminozuren verbonden door peptidebindingen
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eiwit | eiwitte |
Zelfstandig naamwoord
eiwit
- (voeding), (scheikunde), (anatomie) eiwit