eiland
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ei·land
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eiland | eilanden |
| verkleinwoord | eilandje | eilandjes |
Zelfstandig naamwoord
eiland o
- een stuk land dat omringd is door water.
- Ik ga graag op vakantie naar een onbewoond eiland.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een stuk land dat omringd is door water
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.