eidooier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·dooi·er
enkelvoud meervoud
naamwoord eidooier eidooiers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eidooier m

  1. het binnenste, gele deel, van een ei
    Voor de bereiding van veel gerechten moet je de eidooier van het eiwit scheiden.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen