eidooier
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ei·dooi·er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eidooier | eidooiers |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
eidooier m
- het binnenste, gele deel, van een ei
- Voor de bereiding van veel gerechten moet je de eidooier van het eiwit scheiden.