eeuwigheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: eeuwigheid (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɪːβ̞əχɛɪ̯t/, (duidelijk uitgesproken) /ɪːβ̞əχɦɛɪ̯t/
Woordafbreking
- eeu·wig·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eeuwigheid | (eeuwigheden) |
| verkleinwoord | (eeuwigheidje) | (eeuwigheidjes) |
Zelfstandig naamwoord
eeuwigheid v
- alle tijd die nog zal komen
- Volgens sommige christenen moet je tot in de eeuwigheid branden in de hel als je niet in hun stroming van het christendom gelooft.
- veel meer tijd dan gewenst
- Ik heb hier echt een eeuwigheid zitten wachten tot je eindelijk klaar was.
- een gevoelsmatig lange tijd
- Die nachtmerrie leek wel een eeuwigheid te duren, maar in feite waren het slechts seconden.