eerde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer·de

Werkwoord

vervoeging van
eren

eerde

  1. enkelvoud verleden tijd van eren
    Ik eerde.
    Jij eerde.
    Hij, zij, het eerde.


Veluws

Zelfstandig naamwoord

eerde

  1. aarde