eensgezind

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eens·ge·zind
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eensgezind eensgezinder meest eensgezind
verbogen eensgezinde eensgezindere meest eensgezinde

Bijvoeglijk naamwoord

eensgezind

  1. dezelfde mening hebbend
    De tweelingbroers waren erg eensgezind en droegen vaak dezelfde kleding.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen