echtbreuk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • echt·breuk
enkelvoud meervoud
naamwoord echtbreuk -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

echtbreuk v/m

  1. het verbreken van een huwelijksband
    De Tien Geboden verbieden echtbreuk.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen