echoën
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- echo·en
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| echoën |
echode |
geëchood |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
echoën
- (onovergankelijk) het opnieuw hoorbaar zijn van een geluid door weerkaatsing van de geluidsgolven
- Deze put echoot.