ecclesiastisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ec·cle·si·as·tisch
stellend
onverbogen ecclesiastisch
verbogen ecclesiastische

Bijvoeglijk naamwoord

ecclesiastisch

  1. kerkelijk.
    Wij gaan morgen naar een ecclesiastische bijeenkomst.
Vertalingen