ebben

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Ebbenhout

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eb·ben
enkelvoud meervoud
naamwoord ebben -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ebben o

  1. het zwarte en zware hout van een ebbenboom, behorende tot één uit een aantal tropische soorten uit het geslacht Diospyros Wikispecies-logo-en.png (familie Ebenaceae Wikispecies-logo-en.png)
    Het gebruik van ebben is vanwege de kostbaarheid van het hout erg beperkt.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen ebben

Bijvoeglijk naamwoord

ebben

  1. vervaardigd van ebbenhout
    We hebben van oma een ebben olifantje geërfd.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ebben
ebde
geëbd
zwak -d volledig

Werkwoord

ebben

  1. (onpersoonlijk) geleidelijk wegvloeien, met name onder invloed van de getijden
    Hij had niet in gaten dat het al enige tijd ebde en kwam daardoor vast te zitten in de modder.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen