e-mailt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • e-mailt

Werkwoord

vervoeging van
e-mailen

e-mailt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van e-mailen
    Jij e-mailt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van e-mailen
    Hij e-mailt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van e-mailen
    E-mailt!