e-mailde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • e-mail·de

Werkwoord

vervoeging van
e-mailen

e-mailde

  1. enkelvoud verleden tijd van e-mailen
    Ik e-mailde.
    Jij e-mailde.
    Hij, zij, het e-mailde.