e-mailde
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- e-mail·de
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| e-mailen |
e-mailde
- enkelvoud verleden tijd van e-mailen
- Ik e-mailde.
- Jij e-mailde.
- Hij, zij, het e-mailde.
- Ik e-mailde.
| vervoeging van |
|---|
| e-mailen |
e-mailde