dut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dut
enkelvoud meervoud
naamwoord dut dutten
verkleinwoord dutje dutjes

Zelfstandig naamwoord

dut m

  1. een korte, lichte slaap
    Na de middag zou je wel eens een dutje willen doen.

Werkwoord

vervoeging van
dutten

dut

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van dutten
  2. gebiedende wijs van dutten


Turks

Zelfstandig naamwoord

dut

  1. (plantkunde), (voeding) moerbei
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen