dumpen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dum·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dumpen |
dumpte |
gedumpt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
dumpen
- (overgankelijk) (in grote hoeveelheden) onder de gangbare prijs verkopen.
- De Verenigde Staten en de Europese Unie dumpen hun overschotten op de wereldmarkt.
- (overgankelijk) storten, lozen, wegwerpen
- Afval dumpen in de oceaan is strafbaar.
- (overgankelijk) (m.b.t. een persoon) zich ontdoen van.
- Kleine gemeenten dumpen asielzoekers in grote steden.
- (overgankelijk) (m.b.t. een geliefde) afdanken, de bons geven, het uitmaken met.
- Je vriendje dumpen per sms wordt als zeer brutaal ervaren.