duivels
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dui·vels
Woordherkomst en -opbouw
Tussenwerpsel
duivels
- een uitroep van verbazing
- Duivels zeg!
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | duivels | duivelser | meest duivels |
| verbogen | duivelse | duivelsere | meest duivelse |
Bijvoeglijk naamwoord
duivels
- als een duivel
- Dat was echt een duivels plan.
- vervloekt.
- Die duivelse jongen heeft weer iets uit mijn tuin gestolen!
- boos, ongeduldig
- Je wordt er duivels van.
Bijwoord
duivels
- In hoge mate
- Ik was toen echt even duivels kwaad.
Zelfstandig naamwoord
duivels mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord duivel